Episode 12: Belgian Delight & Cats Whiskers

Whispering Sons are introduced to us by listener Tom. They are a relatively young wave band from Belgium. They were founded in 2013, released their first EP “Endless Party” in 2014 and in 2016 they won the prestigious Belgian Music Prize: “Humo’s Rock Rally”. In 2018 they released their first full album, “Image” with the hit single “Alone”, which charted in the national top 40, quite a rare feat for a local alternative group. Surprisingly the lead vocals are supplied by a female lead singer, which is not immediately evident. Fenne, the singer is a charismatic, somewhat androgynous presence on stage, energetic and usually clad in white, contrasting nicely with the band members who generally prefer black attire. They all are exceptional musicians so you van expect to be blown away when you have the chance to visit one of their live shows!
Je hebt zo van die tragische verhalen. Dat je naar iemand kijkt en denkt: die gast, die heeft het echt gemaakt. Beroemd, bejubeld en bulkend van de poen. Maar de werkelijkheid is soms beetje anders. Steve Strange was beroemd, werd bejubeld en ok, hij was vast ook best rijk. Maar niet zo rijk als ‘ie had kunnen zijn. Ok, even beginnen bij het begin. Ene Steve John Harrington richte in 1997 samen met onder andere Midge Ure en Billy Currie van Ultravox en Dave Formula en John McGeoch van Magazine de groep Visage op. Een postbode stelde Harrington voor, zijn naam in Steve Strange te wijzigen en onder die naam kennen we ‘m.
Visage kan met recht een pionier van de New Romantics worden genoemd, met ook bv Gary Numan die we vorige week draaide en bands als Duran Duran en Japan, die ook al een voorbij kwam. De New Romantics was meer een lifestyle dan alleen een muziekstroming met bijbehorende kleding en haardracht, en hoewel ze voortkwam was het echt een tegenbeweging van punk. Een beetje zoals post-rock een decennium later een tegenbeweging was van de grunge. Maar ik drijf af.
Het grootste succes van de groep was de single Fade to grey, die in heel Europa in de hitparades terechtkwam.
Strange heeft echter nooit in de royalty’s kunnen delen, omdat de song aan Ure, Currie en Chris Payne werd toegeschreven. Als compensatie werd hij voor alle volgende singles als mede-auteur vermeld, maar ook de populairste van deze nummers slaagden er niet meer in, het succes van Fade to grey te evenaren. Strange geraakte verslaafd aan heroïne, en nadat de rage van de synthpop eind jaren 80 was weggeëbd, trok hij terug naar Wales. Zijn gedrag werd problematisch: hij belandde zes weken in een psychiatrische instelling en werd veroordeeld wegens winkeldiefstal. In het kielzog van de hernieuwde belangstelling voor de new wave omstreeks het jaar 2000 verscheen Strange weer meer in de openbaarheid. Hij toerde met andere sterren uit de jaren 80 en verscheen in diverse televisieseries en spelprogramma’s. Ik denk dat ‘ie er uiteindelijk niet echt arm van is geworden, maar aan Fade to Grey heeft ‘ie dus niets verdient.
Steve Strange overleed op 12 februari 2015 in Sharm-el-Sheikh aan een hartaanval. In het kader van The Departed wil ik ‘m vandaag eren met een nummer van Visage maar omdat ik hoop dat ‘ie er in goth heaven een lach van om zijn lippen krijgt draai ik niet Fade to Grey maar The Steps van het album Visage uit 1980.
Na Gary Numan’s nummer en betoog over de power van synthesizers moest ik eigenlijk aan dit nummer denken. Ik ben bij mezelf te rade gegaan waarom ik dit album goed vind (Architecture & Morality. en misschien het album hiervoor ook “Organization”), en verder bijna het gehele oeuvre ontzettend kut vind van deze band. Het moet haast wel de melancholische sfeer en de donkere rand zijn op dit album, en Organization. Het is New Romantics, net als Visage, maar dit album heeft toch wel een Gothic randje..
Hierna hebben ze creatieve uitstapjes gemaakt en alle hoeken van de synthpop verkend, vooral met hun album “Dazzle Ships”. Ik had me voorgenomen dat ik deze underdog goed zou gaan vinden, maar het is me niet gelukt. Dazzle Ships kwam binnen op 5 in de charts maar zonk al snel als een baksteen. Met dat album is OMD 90% van zijn fans kwijtgeraakt (300.000 verkocht, versus 3 miljoen van Architecture & Morality).
De Architecture & Morality album hoes is ontworpen door Peter Saville. Die ook de iconische sleeve voor New Order’s ‘Blue Monday’ heeft gemaakt. 2 iconische albumhoezen uit die tijd.
Infected Classic – Throbbing Gristle
We gaan terug in de tijd, naar de geboorte van het genre Industrial. In oktober 1976 lanceerde het performancekunstcollectief Coum Transmissions “Prostitution”, een tentoonstelling in het London Institute of Contemporary Arts. Op de openingsavond was er in plaats van een inleidende toespraak een stripvoorstelling; naast naaktfoto’s van Coum-lid Cosey Fanni Tutti, toonde de groep gebruikte tampons en maandverband en flessen bloed. De openingsavond was ook het eerste optreden van Coum’s ad hoc huisband Throbbing Gristle. De zanger(es), Genesis P-Orridge zong over het castreren van mannen en over foetussen uit hun zwangere vrouwen snijden. De show was zo verontrustend voor de mainstream Britse cultuur dat een conservatief parlementslid de kunstenaars uitriep tot “wreckers of civilization.”.
Throbbing Gristle omschreef hun werk bij oprichting nog als “DeathRock Music.” Maar tegen de tijd dat het eerste album uitkwam, met daarop opnames van de openingsavond van “Prostitution”, kozen ze een andere beschrijving: “Industrial Music for Industrial People”. Dat werd de slogan voor hun nieuw opgerichte label Industrial Records.
Industrial als term had verschillende lagen; Het ging over Hull, waar Throbbing Gristle vandaan kwam, een van de vele Engelse steden met een die was getransformeerd door de Industriële Revolutie en vervolgens uitgehold door het einde van het productiewerk. Het was een verwijzing naar Andy Warhol’s Factory, het atelier waar de New Yorkse kunstenaar de beelden van de kapitalistische massaproductie verwerkte in de wereld van de kunst. En de muziek van Throbbing Gristle klonk vaak ook letterlijk als fabriekswerk, vol elektronische ruis en kletterende percussie.
Het was de soundtrack van het werk, maar ook het geluid van verzet, van de weigering om nog langer te conformeren aan de normen van het industriële tijdperk met zijn vervallen fabrieken en giftige uitstoot. In die zin was Industrial misschien nog wel meer punk dan punk zelf; het was verzet tegen de maatschappij door het shockeren van het establishment en verzet tegen alle regels waaraan muziek moest voldoen.
Het nummer dat je hier hoort komt van hun vierde album dat de fantastische titel “20 Jazz Funk Greats” draagt en is genaamd Hot on the Heels of Love.
Gewoon even een lekker nummer van een band die ik ooit op legendarische MTV’s 120 minutes ontdekte. Even over 120 Minutes, dat werd gepresenteerd door Paul King, die vast van Love and Pride, en het werd op zondagavond uitgezonden. Maar ik kan me ook herinneren dat Marcel Vanthilt of zoiets het presenteerde, een Belg.
Volgens mij begon het om een uur of 21.00 en dan zat ik met pen en papier klaar om de namen van de bands op te schrijven. They Might be Giants, Loop, Sonic Youth, My Bloody Valentine…het was eigenlijk playlist recommendation avant la letter. En ze hadden af en toe gastpresentatoren, zo herinner ik me een topshow door Robert Smith. Maar goed, een van de bands die toen voorbij kwam was Rose of Avalanche. De band, opgericht in 1984 in Leeds, vernoemde hun band naar de roos voor schoonheid en avalanche voor kracht om hun muziek te beschrijven. Sleazy guitard driven goth rock beschrijft het wel en de band werd al snel opgepikt door de onvermijdelijke John Peel, bij wie ze een sessie deden. En in zijn top 50 van 1985 plaatse hij het nummer “L.A.Rain” op nummer, boven nummers van The Cure, The Smiths en The Sisters of Mercy
 
“”More conceptually magnificent than the Ramones, more noisily beautiful than an hour in bed with a young Jane Fonda…” ”
— Sounds Music Paper 1987
Ondanks dat stopde de band er mee in 1992 en toen traden ze toe tot de 27 year club met één groot verschil: ze waren niet echt dood en na 27 jaar kwamen weer tot leven: vorig jaar kwam de band weer bij elkaar om op het Tomorrow’s Ghosts Gothic and Alternative Festival te spelen. Het nummer Velveteen komt van het album Always There uit 1987.
Een Engelse post-punk band uit Kentish Town, London, opgericht in 1981. Mede door Barry Andrews die voorheen in de band XTC zat (Making plans for Nigel? Anyone?). Vooral een experimentele New Wave band. Maar een beetje mwah…. Eerlijk gezegd. Ze hebben wat lichte hitjes gehad in de UK. En met hitjes bedoel ik: Op de Indie Charts..
Ik ken ze van hun album Oil & Gold uit 1985. En ik kan niet zeggen dat ik ze ontdekt zou hebben, als het niet kwam door de film Manhunter.
Anyway. Hun meest interessante muziek zijn een soort “sfeer ontdekkingsreizen” in de wat zachtere hoek. Denk aan Peter Gabriel’s Birdy album. Het zal geen toeval zijn dat ook dat album uit het zelfde jaar kwam: 1985.
Het nummer dat ik wil delen is wel het highlight van het Oil & Gold Album: This Big Hush. Een nachtelijk en dromerig nummer. Ik heb niet superveel te vertellen over deze band. Ik heb 3 nummers van dit album gehoord in een film. Een film waarin soms het verhaal/ het beeld zich leek te buigen voor deze muziek. En de muziek een soort eigen personage was. In plaats van een “Ondersteuning van beeld”.
Het gaat me toch in de eerste plaats om het delen van goede muziek, en in tweede plaats ben ik dan bezig met het verhaal er omheen.

The Big Picture: Manhunter.

Deze film is al meerdere afleveringen aan bod gekomen, maar dan in de vorm van achtergrondmuziek waar we overheen praten. En dan vooral Lector’s Cell van Michel Rubini.

De film komt uit 1986 en het is de eerste film waarin Hannibal Lecter voorkomt. De eerste verfilming van de boeken van Thomas Harris. De film zou eigenlijk Red Dragon heten. Ware het niet dat een jaar eerder de film “Year of the Dragon” een enorme flop was. Dus men wilde het woord “dragon” liever vermijden. Hij is trouwens in 2002 wél onder de naam Red Dragon opnieuw verfilmd en uitgebracht. Maar met Edward Norton als bad guy, matig resultaat.

Enfin Michael Mann is de regisseur, en zat volop in Miami Vice dat van 1984-1989 liep. De studio wilde dat hij Don Johnson zou casten als leading detective, maar daar is vanaf gezien. Michael Mann kennen we natuurlijk verder van (visuele) meesterwerken als Heat, Collateral, The Insider en Thief uit 1981. Thief lijkt wel erg veel op Heat. Het gaat over diamantroven en bankovervallen (soundtrack van Tangerine Dream trouwens). Over soundtracks gesproken, die is in het geval van Manhunter dik in orde met een aantal eigen nummers van Michel Rubini, wat gebruikte nummers zoals degene die je net hoorde van Shriekback.

En ook Iron Butterfly’s In-a-gadda-da-vida.

Ook de Amerikaanse Midwest werd gekenmerkt door industriële achteruitgang en het Industrial geluid werd in Amerika dan ook opgepikt door Wax Trax! een platenzaak in Chicago. Gerund door Jim en Dannie, zakenpartners en tevens een gay koppel, vormde Wax Trax! in 1981 zijn eigen label. De eerste 7-inch single was Born to be Cheap van de iconische drag queen Divine. Tijdens de ’80s zou Wax Trax! het Industrial geluid bepalen met releases van bands als Ministry, Front Line Assembly, Coil, Foetus, & Front 242, mede dankzij hun Amerikaanse licentie van het Belgische label PIAS.
Industrial kwam dus als genre nadrukkelijk tot stand vanuit een queer- en transgenderperspectief. Maar het commerciele succes kwam er uiteindelijk ook, voor Wax Trax! Dat was met de 12 inch van Cold Life van Ministry en met Front 242’s Take One uit 1987 (Endless Riddance EP).
Zo kreeg de Belgische muziekscene een grote invloed op het jonge Amerikaanse Industrial geluid. Natuurlijk werd Industrial uiteindelijk ook een thuis voor een stortvloed van conservatieve mannelijke woede. Omdat geen enkel taboe te extreem was in het genre, werden veel albums uiteindelijk op zichzelf ook plat en gewelddadig. In de jaren ’90, toen Industrial door Nine Inch Nails zo verpakt werd dat het mainstream kon gaan, vloeide het uiteindelijk samen met de synthpop waar het zich ooit tegen afzette. Uiteindelijk bleek dat pop en industrial toch niet zo haaks op elkaar stonden als gedacht, na al die jaren.

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s